Ansichtkaarten

Amsterdam

Genealogie

 

 

Verzamelaarscollectief Charlotte Huiskes.  

 

Recepten

Fotobladen Rosita

Wouter Sterk

 

 

 HomeAnsichtkaartenStamreeksenReceptenRositaWouter SterkGerben D. WijnjaLinks
 

 

 

 

Koningshof

 

| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |

 

 

"In 1886 werd de congregatie van de Zusters van het Allerheiligste Hart van Jezus gesticht. Het bestuur van deze congregatie zetelde in een moederhuis in Moerdijk. Dit klooster werd in 1944 door oorlogsgeweld verwoest. Herbouwen van het klooster nabij de strategisch belangrijke Moerdijkbruggen werd te gevaarlijk geacht, waardoor de zusters op zoek moesten naar een nieuwe locatie. In 1947 kochten zij enkele percelen met een totale oppervlakte van 35 hectare aan de straatweg De Locht in Veldhoven, een doorgaande weg tussen Veldhoven en Steensel. Deze percelen bestonden uit bos- en heidegrond en waren ook vanuit archeologisch oogpunt interessant. In 1952 lieten de zusters op de door hun gekochte percelen het klooster Koningshof bouwen, ontwerper was de architect  B.J. Koldeweij (1895-1958) uit Voorburg. De naam Koningshof vond zijn oorsprong in een in zachte steen uitgehouwen reliëf die Christus als koning afbeeldde. Dit reliëf was een overblijfsel van het verwoeste klooster in Moerdijk en werd boven de toegangsdeur van het nieuwe klooster bevestigd. Op 22 april 1954 werd het klooster officieel in gebruik genomen. Tot 1961 werd het complex nog verder uitgebreid met drie schoolgebouwen. Hierin waren ondergebracht de Middelbare Meisjesschool Maria Mediatrix, de MULO Koningshof en de Huishoudschool Regina Pacis. Wegens gebrek aan nieuwe aanmeldingen voor het klooster nam het aantal zusters af, waardoor men genoodzaakt was om in 1976 het kloostercomplex te verkopen. In april 1979 vertrokken de zusters naar Eindhoven. Nadien werd het complex verbouwd tot congrescentrum en hotel. De schoolgebouwen zijn nog tot in 2007 in gebruik gebleven en werden nadien gesloopt. Op het perceel van de voormalige scholen zullen in de toekomst onder de naam Koningshoeven woningen worden gebouwd."

Bron: Wikipedia  

Koningshof bestond uit een kloostergedeelte en scholen, maar ook uit een particulier internaat voor meisjes. De meeste zusters van het klooster zagen wij niet, en die we wel dagelijks zagen, liepen tamelijk vooruitstrevend in burgerkleding. In mijn herinnering gaven er enkele zusters les op de middelbare meisjesschool Maria Mediatrix. Eind jaren zestig werd er op de MMS ook onderwezen door gewone leraren en er was een directeur. Ik herinner me in elk geval de heren Van Den Bosch voor Nederlands en Crijnen voor Frans, en een leraar voor aardrijkskunde, de heer Hogers. De zusters lieten zich aanspreken met Soeur, gevolgd door hun zusternaam. 

Mijn klasgenootje Annette wist nog dat Soeur Liberta les gaf in natuur- en scheikunde, en dat Soeur Quirinia les gaf in handwerken, en ook biologie werd door een zuster onderwezen. Annette heeft gelukkig nog haar oude agenda's: biologie werd in het eerste jaar onderwezen door mevrouw Klaassen en in het tweede jaar door Soeur Henrica. Voor Duitse taal- en letterkunde hadden we de heer Van der Meer, voor lichamelijke oefening gymleraar Thieu Sijbers, en voor tekenen leraar Rien van den Brink. Voor de lessen in muziek was er leraar Glas, en voor wiskunde in het eerste jaar de heer Mickers en in het tweede jaar leraar Michiels. Voor geschiedenis herinnert zij zich een lerares die geweldig kon vertellen. We kregen in het eerste jaar geschiedenisles van juffrouw Hurkmans en in het tweede jaar van mevrouw Biezen. En ik herinner me nog voor godsdienstkennis de leraar Strijbosch. Voor Franse taal- en letterkunde was er in het tweede jaar leraar Van Doorn. Lessen in Latijn, femina-feminae-feminae-feminam etcetera, kregen we alleen in het tweede jaar. Dat werd onderwezen door Soeur of juffrouw Moermansk. En wie Engelse taal- en letterkunde onderwees, geen idee. Dankzij de agenda's weten we nu dat dat juffrouw Van Eerd was. Ik weet wel dat ik in die schooljaren nogal moeite met Engels had. Daar schreef ik vaak over in de brieven aan familie in Amsterdam. We kregen ook een apart cijfer voor voordracht, dat zal wel een onderdeel van Nederlands zijn geweest. Misschien kenden wij de leraar Nederlands Jan van den Bosch alleen als mentor, want in de lerarenlijsten staan voor Nederlandse taal- en letterkunde in het eerste jaar juffrouw Van Vleuten en in het tweede jaar Soeur Stanisla. 

In de weekenden was het verplicht om naar huis te gaan, tenzij dat niet mogelijk was omdat de ouders in het buitenland verbleven of daar woonden. Alle kamers waren centraal verwarmd, hadden een wastafel, kledingkast en bed, en er was ruimte voor een bureautje met een stoel, en een kleine fauteuil. De muren van de kamers, waar je geen spijkers in mocht slaan, werden door ons ingenieus via touwconstructies volgehangen met paardenkaarten en sleutelhangers. De wekelijkse douchedag was op vrijdag, aan het eind van de dag. De badkamers waren in het kloostergedeelte gelegen en we moesten vrijdags heel zachtjes door de gangen lopen om de zusters niet te storen. Maandag tot en met vrijdag kwam je niet buiten het terrein, behalve voor zaken als paardrijlessen in het nabijgelegen Eersel, of als we een enkele keer naar iets cultureels gingen. Voordat mijn kamer vrijkwam in het hoofdgebouw, kreeg ik tijdelijk een kamer in het huis van de boswachter, zie foto hieronder. Dit huis staat meteen rechts voorbij de toegangspoort. Van daaruit liep ik als het 's nachts gesneeuwd had als eerste over de verse sneeuw naar de eetzaal van het internaat voor het ontbijt. De periode op Koningshof staat als dierbaar in mijn geheugen gegrift.

 

 

  

Opstel voor Nederlands, gemaakt in klas 1A in 1967 of 1968

 

 

  

 

Als enig kind vond ik Koningshof een oase van gezelligheid. En als stadskind het wonen in een bos onovertroffen leuk. Eekhoorntjes op de vensterbanken van het klaslokaal, dat soort dingen. In de schoolklassen waren meisjes die op het internaat woonden, de interne leerlingen, en de meisjes die vanuit de omgeving daar naar school gingen, de externe leerlingen. Op het internaat was een vast dagschema van ’s morgens ontbijten in de eetzaal, daarna naar school, en om half elf weer terug voor koffie, thee, of warme chocola. Dat vond ik hét moment van de dag omdat dan de post werd uitgedeeld. Juffrouw Van Boxtel die het internaat leidde, ik geloof samen met Soeur Patricia en later juffrouw Harderwijk, deelde de post uit. Daarna weer naar school, en tussen de middag werd er warm gegeten. 

Het eten op het internaat werd gestoomd in enorme ketels, wat vooral de aardappelen er niet smakelijker op maakte. We gebruikten per tafel van 8 of 10 meisjes een potje mosterd per maaltijd om de aardappelen smaak te geven. Tenminste zo herinner ik het me, maar dat zal wel wat overdreven zijn. Sommige maaltijden zoals nasi waren erg lekker. Het toetje ook vaak, behalve als het griesmeelpudding met vel was. Dan smeerden we gauw wat pudding op ons bord en probeerden weg te wezen, alleen lukte dat niet altijd, en moest de schaal toch leeggemaakt worden. Aan tafel zaten alle meisjes door elkaar en was er een tafeloudste. In de eetzaal stond geloof ik ook het televisietoestel. Een oom heeft nog eens een aanbevelingsbrief geschreven om ons naar Ajax te laten kijken, waarom weet ik niet, maar dat mocht. In de agenda van Annette staat dat 5 maart 1969 Ajax met 3-0 heeft gewonnen. Dat is beslist die wedstrijd geweest. Er staat ook in dat we in het eerste jaar op de dinsdagen tot 21.10 uur naar Dubbelspion mochten kijken!

Donderdagmiddag waren we vrij, de andere middagen was er school en om een uur of vier thee op het internaat, in de huiskamers. We hadden per klas een huiskamer met een kast met spelletjes, favoriet was het Brabantse kaartspel rikken. Elke dag waren de koektrommels gevuld met een andere grote koek voor bij de thee. In het eerste en tweede jaar werd er verplicht gestudeerd van 16.00 tot 18.00 uur en van 19.00 tot 20.00 uur. Dus behalve op de donderdagen bleef er dan nog één uurtje over om spelletjes te doen. Toch staat me meer bij van de gezelligheid in de huiskamers dan van het enorme leren, wat zoals Annette ook al schrijft misschien een beetje veel is geweest voor meisjes van 12 en 13 jaar. Na een hele dag school neem je dat toch niet meer op. 

Na het avondbrood in de eetzaal, gingen de meisjes uit de eerste klas terug naar school, waar onder toezicht van een zuster nog een uur in doodse stilte huiswerk werd gemaakt. Om negen uur gingen we naar de kamers op de eerste en tweede verdieping, en half tien moest het licht uit. Dat was makkelijk te controleren want elke kamerdeur had een raam van byzantijns glas. Vrijdag was een drukke dag. Vlak voor het weekend naar huis was er de doucheronde, een dienst in de kapel, en daarna werd de weekendtas gepakt. Het was wat onzinnig dat we de dag voordat we naar huis gingen pas konden douchen, dus waste ik mijn lange haar maar op de dinsdagen met koud water bij het wastafeltje.

 

  De eetzaal

 

Het contact met thuis in de periode dat ik daar verbleef, 1967-1969, ging via brieven. Telefoon was er alleen voor dringende zaken. Er was één telefoon beschikbaar, rechts van de trap naar boven. Daar stond ook de pingpongtafel, en aan het eind was er de deur naar de kelder waar de verkleedspullen voor toneel lagen, en ook wel aan handenarbeid werd gedaan. In de dertig brieven die zijn bewaard, schrijf ik over toneelstukjes die we opvoerden, en zang- en dansoptredens, en muziek die we draaiden (Nina Simone "Ain’t got no ... I got life", Crazy World Of Arthur Brown "Fire", en Billy Joe Royal "Hush", allemaal uit 1968). Er waren ook sportevenementen, fietsrally’s van 35 kilometer, en paardrijden. Met mooi weer reden we in de bossen rondom Eersel. Het kleine Arabische paard waar ik op reed, Macky, ging er nog wel eens in galop vandoor, terug naar de manege. Ik kon geloof ik niet erg goed paardrijden. Met sinterklaas was het feest. Dan werd de eetzaal versierd, de eettafels bij en op elkaar gezet, als een grote étagère, en afgeladen met cadeautjes. Alle meisjes kwamen daar bij elkaar om op volgorde van leeftijd een cadeautje uit te zoeken. Populair waren de wimperkrullers. In 1968 was ik internaatsvertegenwoordigster, die was er mogelijk per groep, maar ik weet er niets meer van.

In augustus van dat jaar leerden we met handwerkles om een klokrok te maken. En dat kwam goed van pas want we hadden gymbroeken als die van zwarte piet en daar dan nog een rokje overheen, dus daar heeft een aantal van ons meteen een leuk rokje van gemaakt. In november traden we met vier meisjes op met het cabaretnummer De Wandelclub van Jasperina De Jong. Eerder hadden we het al twee keer op het internaat opgevoerd, maar dit keer was het voor de school met 350 leerlingen en 14 leraren. Dat zullen we wel spannend hebben gevonden. Annette heeft op 10 oktober 1968 in haar agenda staan dat er een feest was ter ere van Clazien van Boxtel. Volgens mij was dat haar 25-jarig jubileum en de reden dat er van alles opgevoerd werd, waaronder De Wandelclub. 

Verder staan in de brieven vooral observaties van mensen die ik als twaalf-/dertienjarige op de treinreizen Amsterdam- Eindhoven en aansluitend in de bus naar Veldhoven tegenkwam, en schrijf ik over spreekbeurten met onderwerpen als Amsterdam en Nieuw-Zeeland, behaalde cijfers, en post die er van andere familieleden was gekomen. Alhoewel de onderlinge contacten meestal leuk waren, kan ik me herinneren dat niet elk meisje even gelukkig was op Koningshof. Meestal vanwege heimwee naar huis.  

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |

 

Home

 

 

 


Disclaimer